Afgedragen uniform wordt bouwmateriaal in Rijksgebouw

Een samenwerking tussen de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) en het Ministerie van Defensie zorgt ervoor dat afgedankt textiel binnenkort wordt gebruikt voor de constructie van Rijksgebouwen. Dit gebeurt voor het eerst op grote schaal. Afgedragen uniformen en ander textiel van onder meer Defensie en de politie worden door producent Agricon Nederland verwerkt tot constructiepanelen. De aanbesteding is een initiatief van de RVO en wordt gefinancierd en ondersteund door het ministerie van Defensie en het Programma Groene Innovaties (PGI) van het RVB. Hiermee zet de Rijksoverheid een belangrijke stap richting het verkleinen van de textielafvalberg.

120 ton textielafval beschikbaar
In totaal produceert de Rijksoverheid jaarlijks 600 ton textielafval. Hiervan stelt zij nu 120 ton beschikbaar aan Agricon Nederland om constructiepanelen van te maken. Dat levert 12.000 m2 aan bouwmateriaal op. Het Rijksvastgoedbedrijf kan dit materiaal gebruiken voor buitengevels en binnenwanden, in plaats van gipsplaten of Trespa.
Luitenant-kolonel Koert Jan Eefting is Categoriemanager Bedrijfskleding Rijk: “Als Defensie dragen we verantwoordelijkheid voor de volledige levenscyclus van onze materialen. Uniformen die hun operationele functie hebben verloren, krijgen via deze samenwerking een nieuwe bestemming in de bouw. Zo dragen we concreet bij aan een duurzamer gebruik van grondstoffen.”
Naast de verminderde impact op het milieu heeft dit project ook een sociale component. Het sorteren van het textiel gebeurt door werknemers van Biga Groep in Zeist. Biga Groep is een sociaal werkbedrijf. Daarmee draagt het project ook bij aan arbeidsparticipatie en inclusieve werkgelegenheid.

Kwaliteit
Afgelopen jaar konden partijen twee keer deelnemen aan de aanbesteding voor de verwerking van Rijkstextiel tot constructiepanelen. Geïnteresseerde marktpartijen kregen elk een gelijk samengesteld pallet met afgedankt textiel om constructiepanelen van te maken. Zij leverden deze aan met een voorstel om het beoogde volume te kunnen produceren. Daarna werden de panelen getest door keuringsinstituut KIWA. Dit instituut testte de panelen op vochtbestendigheid, brandveiligheid en geluidsdemping.

Duurzaamheid
Naast het testen op kwaliteit werd ook gekeken naar duurzaamheid. Het is van belang dat de panelen met lage energiekosten worden geproduceerd en dat ze ook na gebruik goed recyclebaar zijn. Dit past binnen de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV). Daarnaast is de milieu-impact van de productiewijze en de gebruikte materialen beoordeeld. De panelen van Agricon Nederland kwamen succesvol door alle testen heen. Het product is nu gecertificeerd en het bedrijf staat in de startblokken om grote volumes te produceren. De laatste constructiepanelen worden naar verwachting in september 2026 opgeleverd.

Maria Hänsch is programmamanager PGI bij het Rijksvastgoedbedrijf: “Dankzij de testen en certificering die we mogelijk hebben gemaakt, kunnen de constructiepanelen nu breed worden toegepast in het RVB-vastgoed, en in potentie ook daarbuiten. We laten hiermee zien hoe samenwerking tussen Rijksoverheid en markt daadwerkelijk impact maakt op weg naar een circulaire economie.”

Schaalvergroting
De huidige overeenkomst heeft een looptijd van één jaar, waarbij de Rijksoverheid de afnemer van de constructiepanelen zal zijn. Het plan is om hierna een nieuwe order op de markt te zetten voor een periode van minimaal drie jaar, zodat ook commerciële partijen afnemer kunnen worden. Hiermee wordt textielafval structureel en op grote schaal verminderd en neemt de beschikbaarheid van circulaire bouwmaterialen toe.

Maurice Goudsmith werkt vanuit de RVO aan Afvalzorg en Grondstofmanagement onder andere voor de Rijksoverheid: “Met deze overeenkomst neemt het Rijk nadrukkelijk een voorbeeldrol. Zij stimuleert niet alleen circulaire innovaties in beleid en regelgeving, maar past deze ook zelf toe in de eigen gebouwen en inkoop. Door als eerste afnemer op te treden, creëert het Rijk marktvraag en versnelt het de ontwikkeling van circulaire constructiepanelen.”