
Naar aanleiding van de ramp in het Volendamse café op 1 januari
2000 en - niet veel later - de brand op Schiphol, zijn bij mijn
bureau veel vragen binnengekomen omtrent de zogenaamde
gebruiksvergunning.
De media repten in de nadagen van de ramp zelfs vrijwel elke dag
over deze vergunning, of correcter: over het veelal ontbreken ervan.
De vragen varieerden van 'zoek eens uit of wij ook zoiets nodig
hebben' tot 'ik heb indertijd door jullie al mijn milieuvergunningen
laten vernieuwen, zijn jullie deze soms vergeten?'.
De oorzaak van alle verwarring ligt ongetwijfeld voor een deel in de
chaos van Arbo- en milieuregels waar organisaties tegenwoordig mee
te maken hebben, maar dat wil nog niet zeggen dat de
gebruiksvergunning de zoveelste papieren tijger is.
Sterker nog: naar mijn mening is het een grote gemene wolf, die zich
vermomd heeft als een van de vele regeltjes waar vrijwel niemand het
nut van inziet.
De basis van mijn betoog ligt bij de bouwvergunning. Dit is een
eenmalig document dat wordt afgegeven bij de bouw en dat daarna als
historie wordt beschouwd terwijl intussen het gebruik van het
oorspronkelijke bouwwerk dramatisch kan zijn gewijzigd.
Naar aanleiding van een ernstig incident - lang voor dat in
Volendam! - vonden de bevoegde gezagen dat meer grip moest worden
verkregen op dit eventueel gewijzigde gebruik.
De gebruiksvergunning is dan ook een verbijzondering (aanvulling) op
de algemene eisen met betrekking tot brandveiligheid en als zodanig
een zinvol document dat organisaties dwingt om goed na te denken
over een worst case scenario.
Gebruikers van een bouwwerk moeten zelf controleren of de
verplichting tot het hebben van een dergelijke vergunning voor hun
van toepassing is (de zogenaamde aanwijzingsgronden) en dat maakt
dit document tot de bekende wolf in schaapskleren: als bij een
ernstig incident (zoals dat in Volendam) blijkt dat je er een had
moeten hebben, sta je vreselijk zwak.
In de gemeentelijke bouwverordening staan de aanwijzingsgronden
vermeld die aangeven bij welk gebruik een gebruiksvergunning moet
zijn aangevraagd.
Zelf let ik altijd het eerst op het aantal mensen dat zich
tegelijkertijd binnen een gebouw kan bevinden, maar dit is zeker
niet de enige aanwijzingsgrond dus blader in uw geval altijd de
bouwverordening door.
Voor niet-bouwwerken zoals bijvoorbeeld tenten, moet worden gekeken
naar de plaatselijke brandbeveiligingsverordening.
Ik roep regelmatig dat er niet zoiets als een arbo- of
milieugeheugen bestaat (zie onder andere mijn column Narbo) en deze
vlieger gaat ook voor de gebruiksvergunning weer op: verzoeken om de
aanvraag van een gebruiksvergunning te coördineren zijn uiterst
zeldzaam geworden.
Ik vrees dat dit pas verandert bij een ramp waar de media brood in
zien.
Mr. R.L.A. Lamée is directeur van het adviesbureau
Tricert Support in Boven-Leeuwen en columnist van Afvalgids.
|