Door de bank genomen zitten arbocoördinatoren met hetzelfde
probleem als milieucoördinatoren: het zijn óf brengers van het
slechte nieuws, óf nauwelijks serieus te nemen veiligheidsridders
die hun leven aan preventie hebben gewijd (zie ook mijn column
'Onthoofden').
Vooraf inschakelen gebeurt bij vrijwel geen enkele organisatie op
een structurele wijze. Als er al een arbocoördinator aanwezig is bij
een bouwvergadering bijvoorbeeld, is er meestal sprake van een "arboblunder"
in het recente verleden.
Ik heb het bewust over het recente verleden omdat ik al vaak heb
mogen constateren dat zelfs zware ongelukken na een jaar weinig
indruk meer maken. Een arbogeheugen ontbreekt meestal.
Wat ook opvalt als het eens flink misgaat, is dat het management het
altijd heeft over menselijke fouten zonder er echt bij stil te staan
dat je via training, opleiding en strakke interne instructies -
inderdaad al dat preventieve gesodemieter waar arboco's zo goed in
zijn - juist deze menselijke fouten hoort uit te sluiten. Althans
zoveel als menselijk mogelijk.
Een voor mijn bureau werkende veiligheidskundige voelt zich dan ook
regelmatig een arbonar in plaats van een arbodeskundige (met andere
woorden een narbo (*)).

De combinatie afval en arbo vergt de nodige extra
kennis bij arbo-coördinatoren.
Tilbelasting, de invloed van schimmels en bacteriën op inzamelaars
en specifieke kennis van speciale voertuigen, zijn slechts een paar
voorbeelden. Arboco's in het afval moeten daarom veel weten van veel
verschillende onderwerpen om snel te kunnen omschakelen van een
dramatisch asbestincident naar het uitschrijven van een bonnetje
voor een paar veiligheidsschoenen.
Anders dan de milieucoördinator (vreselijk onduidelijke wet- en
regelgeving en veel controle) heeft de narbo veel meer te maken met
duidelijke wet- en regelgeving en weinig controle. De
arbeidsinspectie is binnen het ministerie van SZW bijna vanuit
traditie een ongelooflijk onderbemensde tak van dienst.
De uitgebreide regelgeving - kostbaar om goed uit te voeren - in
combinatie met de lage pakkans, is voor veel directeuren voldoende
reden om de arboco te behandelen als de hierboven geschetste narbo
en de regels te negeren tot het een keer misgaat.
Mijn eigen zoon Luc is een geboren arbocoördinator. Tijdens een trip
naar Eurodisney keken we naar een groepje indianen dat rond een
kampvuur danste; met zijn zes jaar wees Luc feilloos één van de
indianen aan als de allerdapperste. Als antwoord op mijn vraag
waarom (ze zagen er voor mij allemaal even stoer uit), gaf hij aan
dat je wel héél dapper moest zijn om met zo'n lange mantel zo
dichtbij het vuur te dansen!
Ik hoop echt dat hij later geen arbocoördinator wordt. Lol in je
werk hebben is per slot van rekening best belangrijk in je leven en
een vader wil dat zijn kind gelukkig wordt.
(*) Het woordje narbo is (helaas) niet door mij
verzonnen. Ik kwam het ooit tegen in een vakblad over
arbeidsomstandigheden maar weet niet meer welk blad, laat staan
welke auteur. Elke claim op overtreding van de Auteurswet geef ik
hierbij dus bij voorbaat toe!
Mr. R.L.A. Lamée is directeur van het adviesbureau
Tricert Support in Boven-Leeuwen en columnist van Afvalgids.
|