Geen draagvlak voor nieuwe afvalstoffenbelasting

Brief aan Staatssecretaris Wiebes

Om grootschalige export van Nederlands afval te voorkomen, is een heffing op het exporteren van Nederlands restafval van huishoudens en bedrijven noodzakelijk als onderdeel van de afvalstoffenbelasting. Zonder een exportbelasting ontstaat een ongelijkwaardig speelveld dat de concurrentiepositie en de werkgelegenheid van het Nederlandse bedrijfsleven schaadt. Verder moet de stortbelasting worden opgeheven. Het huidige belastingvoorstel kan absoluut niet rekenen op het maatschappelijke draagvlak waarnaar de staatssecretaris op zoek is. Dit schrijven de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), VNO-NCW, TLN, Vereniging Afvalbedrijven, NVRD, BRBS Recycling, NVPG, FHG en VERAS en in een brief aan staatssecretaris Wiebes van Financiën. De organisaties vragen Wiebes de komende twee jaar onderzoek te doen naar een alternatieve heffing die daadwerkelijk leidt tot de beoogde vergroening.

Staatssecretaris Wiebes wil vanaf 1 januari 2015 belasting heffen op restafval dat wordt verbrand of gestort. Deze afvalstoffenbelasting moet leiden tot vergroening en een opbrengst van € 100 miljoen. Volgens het huidige voorstel vallen restafvalstromen die worden geëxporteerd buiten de grondslag van de belastingheffing. Het bedrijfsleven en de gemeenten vinden dit onverantwoord. Het resulteert in een ongelijkwaardig speelveld in Europa en Nederland wat het Nederlandse afval- en recyclingbedrijfsleven op een forse concurrentieachterstand plaatst en de werkgelegenheid in de sector onder druk zet. Grote hoeveelheden recyclebare en brandbare afvalstromen worden naar het buiteland geëxporteerd. De beoogde opbrengst van € 100 miljoen wordt niet behaald, omdat voor dit afval geen belastinggeld wordt geïnd.

De organisaties bepleiten in hun brief ook om de stortbelasting te schrappen. Deze belasting heeft geen enkel vergroenend effect. In Nederland wordt uitsluitend afval gestort dat niet-recyclebaar en niet-brandbaar is. Storten is de enige goede en gewenste route voor dit afval. Belasting heffing op het storten van afval werkt contraproductief: ontdoeners gaan op zoek naar mogelijkheden om de belasting te ontlopen en naar alternatieve routes in het buitenland. Behalve dat dit de Nederlandse stortsector op achterstand plaatst, kan dit schadelijk zijn voor het milieu.

Omdat de voorgestelde maatregel niet of nauwelijks vergroenend werkt, bepleiten de organisaties om bij de nieuwe afvalstoffenbelasting een horizonbepaling op te nemen. Deze bepaling houdt in dat de heffing na twee jaar eindigt, tenzij uit een evaluatie blijkt dat de maatregel het gewenste effect heeft gehad. De komende twee jaar kan onderzoek worden gedaan naar alternatieven die effectief en vergroenend zijn en op die manier bijdragen aan verduurzaming van de samenleving en de internationale concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven versterken.

Download de brief (pdf)